Oefentherapie voor kinderen

Kinderen zitten op school en leren daar o.a. lezen, schrijven en rekenen. Ze spelen buiten, huppelen en springen van een stoep af. Het zijn dagelijkse basishoudingen en bewegingen die horen bij de ontwikkeling van het kind. De basis hiervoor is een 'sensomotorische ontwikkeling'.



Bijvoorbeeld:
Om een bal te kunnen vangen (motoriek),
moet de bal gezien worden (sensoriek)
Om een voorwerp te kunnen betasten (sensoriek), moeten handen en vingers gebruikt kunnen worden (motoriek)

Om te kunnen fietsen (motoriek) is een goed gevoel voor evenwicht noodzakelijk (sensoriek)

 
Door het bewegen leert het kind zijn lichaam kennen (lichaamsplan) en van daaruit de omgeving (ruimtelijke oriëntatie). Dit is onder andere van belang om te leren rekenen.

Als kinderen met elkaar spelen beoordelen zij elkaar veelal op motorische vaardigheden. Als een kind altijd als laatste gekozen wordt, omdat het niet snel genoeg vangt en gooit, kan een negatief zelfbeeld ontstaan. Het kind kan daardoor de moed verliezen, minder zelfvertrouwen ontwikkelen en last van faalangst krijgen.

Kinderen met houdings en/of bewgingsafwijkingen, al dan niet gepaardgaande met klachten, worden veelal doorverwezen door schoolarts, huisarts of specialist.

De behandeling wordt afgestemd op de mogelijkheden van het kind (leeftijd, ontwikkeling), bij de jonge kinderen vaak meer in speelse vorm gebruikmakend van diverse oefenmaterialen. Zij krijgen huiswerkopdrachten (op schrift) mee zodat ook thuis goed geoefend kan worden.
 

Verwijsindicaties
Scoliose, lordose, kyfose
Houdingsproblematiek
Rug-, nek-, knie- of voetklachten
Verkeerd looppatroon
Hoofdpijnklachten
Problemen met de fijne motoriek
  (schrijfproblemen)
Problemen met de grove motoriek
  (houterig bewegen, evenwicht, vaak vallen en struikelen)